Schatten achter de kloostermuren - Museum voor religieuze kunst Uden

Vandaag ga ik het klooster in. Ik zal mijn intrede beperken tot één dag, dat lijkt me meer dan genoeg. Zelf opgevoed in een rijke katholieke traditie, wordt het voor mij steeds moeilijker om in deze tijd dit geloof nog te handhaven. Ik weet me gesterkt door het feit dat ik niet de enige ben. Nee, een roeping om het klooster in te gaan, heb ik nooit gehad, maar vandaag wint mijn culturele nieuwsgierigheid het van mijn geloof.

Net buiten de bebouwde kom van het Brabantse Uden ligt het klooster, de abdij Maria Refugie, omgeven door groen dat nu een palet van mooie herfstkleuren begint te vertonen. Vanaf de weg is het torentje goed zichtbaar, maar een grote muur ontneemt het directe zicht op de gebouwen die zich erbinnen bevinden. De excentrische ligging, landelijk, buiten de drukte van een grote stad, op een plek waar je niet direct een museum verwacht. In deze streek is een abdij niet zo bijzonder, want dit hele gebied kende er in het verleden wel meer. Het klooster was er een van de vele in deze regio. Het dorp Uden lag in een katholieke enclave, een veilig toevluchtsoord voor in dit geval de zusters Birgittinessen. Uden lag met plaatsen als Ravenstein, Handel, Gemert en Boxmeer in die regio die in de zeventiende en achttiende eeuw was opgedeeld in vrije heerlijkheden die in meerderheid bestuurd werden door buitenlandse mogendheden. Hier was het de katholieken toegestaan hun geloof in het openbaar te belijden, kloosters  te vestigen en op bedevaart te gaan naar een heiligdom.

De Abdij Maria Refugie verhuisde in 1713 gedwongen vanuit Rosmalen naar Uden. De zusters moesten het middeleeuwse klooster Mariënwater in Koudewater verlaten en vertrokken naar het vrije land van Ravenstein, waar Uden in lag. Het Birgittijnse klooster met de naam Maria Refugie wordt nog steeds bewoond door volgelingen van de heilige Birgitta van Zweden. De abdij vormt met haar gebouwen en interieur een gaaf voorbeeld van kloosterbouw uit het begin van de achttiende eeuw. Hoewel er op de bovenverdieping nog steeds religieuzen wonen, zijn de abdijvleugels beneden voor een deel gerenoveerd voor museaal gebruik en een groot aantal beelden , die ooit uit armoede werden verkocht, zijn vanuit het Rijksmuseum hier weer teruggekeerd naar de plek van herkomst. Een kringetje is rond gemaakt. Alles is weer in de oude omgeving terug.

Het verhaal van die beelden leest als een spannend boek. In 1875 kwamen twee heren aan de poort van het klooster. Het waren de architect Pierre Cuijpers en de rijksadviseur jonkheer Victor de Stuers, die het kunstbezit wilden bekijken. Er moest een collectie worden samengesteld voor het  Nederlands museum voor Geschiedenis en Kunst te ’s-Gravenhage, het latere Rijksmuseum.  De heren toonden grote interesse en na enkele maanden werden voor een bedrag van 2182 gulden een vijftigtal objecten voor het nieuwe museum verworven. Hieronder waren vijfentwintig middeleeuwse beelden. De zusters, geplaagd door geldgebrek, vonden de beelden “verminkte en antique beelden en onaanzienlijke vermolmde en voor Religieuzen genoegzaam doelloze voorwerpen” en de beelden verdwenen uit hun abdij.  Sinds enkele jaren zijn ze weer terug in Uden, in het gebied waar ze ontstaan zijn, in bruikleen van het Rijksmuseum. En daarom ga ik vandaag het klooster in.  

Gelukkig is kunst voor iedereen, en geloof heeft met het genieten ervan niets te maken. Ik laat me verrassen door wat het museum te bieden heeft. Al bij binnenkomst door de bronzen deuren, komt er een rust over me heen. En dat heeft niets te maken met het feit dat ik deze ochtend de enige bezoeker ben. Dat is puur toeval, want dit museum trekt toch zo’n kleine 25.000 bezoekers op jaarbasis. Het is toeval dat ik nu de enige ben en dat is een prettig aspect als je van alles ongestoord wil genieten.

In de eerste zaal loop ik abrupt tegen een art-deco monstrans aan uit mijn eigen woonplaats, afkomstig van de plaatselijke zusters,  en gemaakt door Jan Eloy en Leo Brom, zo rond 1920. Toen ik als kind in het plaatselijke klooster misdienaar was, moet ik hem ook al hebben gezien, realiseer ik me nu. Verder een sympathieke collectie, waarbij een mix van oud en nieuw wordt gehanteerd. Een schrijn uit de 10de tot 12de eeuw van rode zandsteen neemt een grote plaats in. Je wordt vriendelijk verzocht eronder door te lopen, naar oudchristelijk gebruik om een gunst te verwerven. Er is een zaal die helemaal in het teken staat van de regionale bedevaarten, die in deze regio in de volkscultuur nog een belangrijke plaats innemen. Videobeelden geven een beeld bij deze devotie. Maar ik kom voor de echte beelden, die hun oorsprong hier  hebben gevonden, daarna verhuisden en weer terug zijn. Er zijn ook veel devotionalia bewaard, van kruisjes en kettingen , via vaandels tot schilderijen. En dat allemaal van een hoog artistiek niveau. Mooie glas in loodramen geven een doorkijk op de schitterende kruidentuin.

Je hebt niet zoveel fantasie nodig om in de nog onaangetaste kloostergangen de sfeer van het oude convent op te roepen. De stilte die er heerst, is bijna sacraal te noemen. Je kunt je eigenlijk geen betere plek voorstellen om zo’n rijke collectie te herbergen. Elke sculptuur is zo geplaatst en belicht dat je er op alle mogelijke manieren een mooie indruk van krijgt. De architectuur binnen is duidelijk gericht op bezinning en dwingt je als het ware ook om bijna contemplatief de werken uit de middeleeuwen bij je binnen te laten komen. Religie speelt hierbij geen rol meer, wel een groot respect en eerbied voor het oude vakmanschap, het technisch vernuft waarmee men al voor 1600 schitterende werken maakte. Hier hebben we te maken met een ware topcollectie ! Dit museum mag trots zijn op de schatten.

Het zijn niet alleen de beelden die een zo treffende plaats hebben gekregen. Er zijn schilderijen en drieluiken te vinden , zoals het drieluik “Aanbidding der Koningen” van Pieter Coecke van Aalst uit ca. 1520, heel mooi van kleur, traditioneel uitgewerkt, mooi gedetailleerd weergegeven. Een andere werk is nog mooier. Het betreft het drieluik uit Aarle-Rixtel.

Drieluik van Aarle-Rixtel - Jacob Cornelisz Van Oostsanen 1518
Drieluik van Aarle-Rixtel, Jacob Cornelisz. Van Oostsanen, 1518
                 Olieverf op paneel 118 x 167 cm geopend



Onderzoek in 1997 heeft uitgewezen dat niet het overlijden van het zoontje van de opdrachtgever, Joris Sampson, de aanleiding was voor dit werk, maar juist zijn geboorte. Men ontdekte dat de jongen op het linkerluik later was bijgeschilderd. Hij knielt achter zijn vader . Ook waren de vleugeltjes achter het jongetje op het middenpaneel later toegevoegd. De Bossche notabel was dankbaar voor de geboorte van zijn zonen liet hem daarom een zo prominent mogelijke plaats innemen op het middenpaneel naast Christus en Maria.
Ik zie in het midden Maria met veel muziekmakende engeltjes, bovenaan zijn er nog veel meer. Oorspronkelijk waren onderzoekers in de veronderstelling dat het jongetje overleden was en in de hemel was opgenomen, maar het tegendeel bleek. Fijn dat je bij een bezoek aan dit museum de tijd kunt nemen om al die uitgebreide informatie op je in te laten werken.

De beeldencollectie is werkelijk uniek. Het bezichtigen verveelt absoluut niet. Zoals vroeger mijn oma haar heiligenbeelden boven op de kast had staan, staan ze hier ruimtelijk zo opgesteld dat je van alle kanten je blikken kunt vertalen naar verwondering. Bij heiligen hebben de gelovigen het vaak over wonderen, hier moet je echt spreken over verwondering. En er zijn er hier veel, in soorten en maten. Het is een  soort museaal Allerheiligen.
Maria met het Christuskind, beelden met en zonder de polychromie. Of met de resten ervan. Christus op de koude steen, Anna ter drieën, heiligen, de verloren Zoon, Jozef, in eikenhout en  notenhout, alles uniek in zijn totaliteit. Alles van  grote klasse. De kwaliteit is wonderbaarlijk. Alles beschrijven wat hier te zien is, kan niet. Ik wil me beperken tot enkele voorbeelden.

De jaartallen die op de toelichtingborden staan, liegen er niet om: veel werk uit het begin van de zestiende eeuw. Hier staat een waardevolle en bezienswaardige collectie van het katholieke geloof. Het gaat niet altijd om de grootte, ook kleine objecten gemaakt door meesters die zich hadden gespecialiseerd in dit werk.


Anna-te-Drieën  Noordelijk deel Hertogdom Brabant ca 1510
Anna-te-Drieën, Noordelijk deel Hertogdom Brabant ca. 1510,
Gepolychromeerd eikenhout, 40 cm
Afkomstig uit Megen



Beelden vertelden een verhaal voor de gelovigen, waren aanschouwelijke middelen om al die heiligen herkenbaar te maken, vaak met de bijbehorende attributen.
Een topstuk voor mij persoonlijk is het beeld van de ontmoeting tussen Joachim en Anna. Anna was de moeder van Maria. Het stelt de hereniging voor van Anna en haar man Joachim, die zich in de bergen had teruggetrokken omdat het huwelijk twintig jaar zonder kinderen was gebleven. Een engel voorspelt hem toch een kind en hij keert terug waar hij Anna weer onder de poort van Jeruzalem treft. Het is een puur ontroerende ontmoeting van die twee.  Zelden heb ik een beeld uit die tijd gezien dat zoveel emotie, innigheid, warmte en leven in zich heeft dan dit beeld. Het is in feite een bijna omhelzing, het elkaar nodig hebben, het elkaar zoeken, het spreekt mij erg aan. Hiervoor heb je geen geloof nodig, dit is universeel, van alle culturen en alle tijden.  Dit beeld geeft de ontmoeting weer, maar is meer dan dat, een symbolisch beeld voor contacten zoals mensen die zouden moeten hebben. Voor mij het meest ontroerende beeld dat je uit de middeleeuwen kunt tegenkomen.

De ontmoeting van Joachim en Anna meester van Joachim en Anna ca 1470
De ontmoeting van Joachim en Anna, meester van Joachim en Anna, ca. 1470
Een kleine groep beeldhouwwerken van deze beeldhouwer uit Utrecht of Holland wordt aan hem toegeschreven



Middeleeuwse beelden werden nog vaak vanuit een geloofsmystiek door anonieme kunstenaars gemaakt. Het museum bezit een aantal beelden van de zogenaamde Meester van Koudewater. De beelden van zijn hand zijn afkomstig uit het oude klooster Koudewater. De beelden zijn sterk gestileerd en stralen sereniteit uit. Vaak is de kleding mooi gedrapeerd.
Veel beelden van deze meester verdwenen in 1875 naar het museum in Den Haag. Onderstaand beeld is het enige beeld van hem dat bij de religieuzen bleef en nu ook in het museum te zien is.

Vrouwelijke heilige Meester van Koudewater ca 1460 notenhout
Vrouwelijke heilige, Meester van Koudewater, ca. 1460, notenhout, hoogte 83 cm.
Het onderste deel van het beeld is verloren gegaan, door ernstige aantasting door rot en houtworm . Attributen ontbreken evenals beide handen. Door de ingreep zijn de lichaamsverhoudingen enigszins verstoord.



Wat verderop kom ik Christophorus tegen, in de volksmond meer bekend als Christoffel, de patroon van de reizigers en van iedereen in het verkeer, dacht ik. In mijn jeugd ging niemand op pad zonder een beeltenis van hem op zak te hebben, en in elke auto van een goede katholiek zat een magnetische Christoffel op het dashboard van de auto geplakt, pal naast het fotootje van vrouw of vriendin. Maar enig zoekwerk leert mij dat hij ook nog de beschermheilige was van timmerlieden, schilders, pelgrims, fruithandelaren, boekbinders, schatgravers, hakebusschutters, hoedenmakers, tuinmannen en kinderen, en bovendien de patroon tegen besmettelijke ziekten, onverwachte dood, de pest, droogte, onweer, hagel, watersnood,  vuurrampen, oogziekten, tandpijn en van de bewoners van de stad Roermond. Kortom, hij moet volgens mij zowat de eerste heilige zijn geweest die goed kon multitasken.

 

Christophorus Noord Nederland begin 16e eeuw
Christophorus, Noord Nederland, begin 16e eeuw, eikenhout, 40 cm.
Dit soort beelden waren vaak groot en stonden als ‘reuzen’ bij de uitgang van de kerk.



Een object dat zeker ook bijzonder genoemd moet worden, is de monstrans van Sambeek. Laat middeleeuwse monstransen zijn zeldzaam. Deze is uniek , omdat hiervan een uitvoerige documentatie bestaat. Een document van 12 december 1438 maakt melding van de overeenkomst tussen de pastoor van Sambeek en de “goltsmit Willem van Moldick” uit Nijmegen. Volgens het contract moest het stuk worden geleverd op het feest van Sint Jan in 1439. Daarmee is dit object het vroegste werk uit Nijmegen waarvan de maker met naam en toenaam bekend is. Dit is een van de oudste en meest kostbare zilverstukken in ons land.

 

Torenmonstrans 1439
Torenmonstrans, zilver, delen verguld, hoogte 71 cm, 1439



Hier is een geweldig mooie bestemming aan een klooster gegeven, de inrichting getuigt van een rijk religieus verleden maar zeker ook van smaak. Met een bezoek aan de afdeling neogothiek sluit ik mijn bezoek af. Met een altaar, preekstoel, indrukwekkend in een oude schuur,  en heel veel andere dingen.
Ik sta versteld en zie nog veel meer, een  kast met neogothische votieven, kelken, wierookscheepjes, een reliekenkalender, bedieningsdoosjes, wat is er veel. Maar nergens te veel gelukkig.
Hoe ver gaat mijn geloof terug ? Veel herinneringen komen terug, maar de verrassingen overheersen hier.  En ik denk dat hierin ook de kracht van dit museum ligt. Het is niet de intentie om weer te gaan geloven, het is een museum dat je eigen geheugen prikkelt en activeert en je vol weemoed laat denken aan de betekenis van godsdienst voor de mensen vroeger.  


Wouter Prins, de conservator van dit museum, vertelt vol enthousiasme.
“Het museum is tot stand gekomen rond 1973. De aanleiding tot de stichting was een tentoonstelling in het Noordbrabants Museum in 1970 van laatgothische beeldhouwkunst uit het Hertogdom Brabant.  Toen bleek dat er veel beeldhouwwerken nog in kerken waren of in particuliere collecties en dat er bovendien weinig samenhang was. Ook de collectie van het bisdom Den Bosch was niet functioneel gehuisvest. De collectie van nu is eigenlijk een verlengstuk van wat toen werd opgezet. Een deel is bruikleen van het Rijksmuseum, een groot deel is ook eigen bezit. We hebben nog erg veel in depot, we zijn specialist in de middeleeuwse beeldhouwkunst. Jarenlang hebben we in de top tien van aankopen van de Nederlandse musea gestaan. We draaien voor een groot deel op vrijwilligers, zodat meer geld voor aankopen beschikbaar kan zijn. We hebben wel lastige jaren gekend, omdat steun vanuit de provincie niet kwam. Jarenlang is er onderhandeld over samenwerkingsverbanden. Nu zijn de onderlinge verhoudingen weer rechtgetrokken. We willen nu verder groeien naar een mooie eenheid. Met een goede collectie en zeker ook met de thematentoonstellingen scoren we goed. Het enthousiasme van de medewerkers is groot. Er is geen budget voor uitgebreide reclamecampagnes en dergelijke, onze kracht moeten we daarom zoeken in de bijzondere evenementen. De tentoonstelling over de vondst van het vorstengraf in Uden en de expositie die hierover bij ons werd ingericht, haalde zelfs het NOS-journaal. De tentoonstelling die net voorbij is over de pelgrimstochten naar Santiago de Compostella kreeg veel bezoekers. We richten nu de jaarlijkse expositie van iconen in en vanaf mei 2012 is er een tentoonstelling met als thema ‘de boom’ in diverse geloven en culturen, in geloof en bijgeloof,  waarbij weer hedendaagse kunstwerken worden gecombineerd met devotionalia. We liggen misschien wat excentrisch, maar juist dat heeft ook zijn aantrekkingskracht. Mensen kunnen hier de tijd vinden om alles te bekijken, we zijn verrassend met een mooie collectie, ook voor niet-gelovigen. We onderscheiden ons door de ligging in een landelijke omgeving. Veel werken komen hier veel beter tot zijn recht, de mensen zien meer dan in een groot museum midden in een stad. Het MRK speelt in op de herkenningswereld van de mensen en op hun belevingswereld. Daarin zijn we sterk en we kijken vol vertrouwen naar de toekomst.”


Het bezoek is voorbij, de preek is gehouden, ik sluit de bronzen deur weer achter me, vol indrukken over de schatten achter de kloostermuren. Zonder meer een aanrader, een bezoek aan MRK  !!



MRK
Museum voor Religieuze Kunst

Vorstenburg 1
5401 AZ Uden
0413-263431
www.museumvoorreligieuzekunst.nl


  • 2-11-2011

Comments (1)

marleen
Said this on 6-11-2011 At 08:32 pm

Met heel veel plezier dit weer gelezen. Ik herinner me veel van dit museum, maar beslist weer uitnodigend om er weer heen te gaan. Jammer dat ik niets wist van de  tentoonstelling van Compastella anders was ik er vast heen gegaan. De iconen lijken mij ook wel wat.

Post a Comment
* Your Name:
* Your Email:
(not publicly displayed)
Reply Notification:
Approval Notification:
Website:
* Security Image:
Security Image Generate new
Copy the numbers and letters from the security image:
* Message:

Was it of interest?  Why not share it with others!